Bisdom Haarlem-Amsterdam










Delen:
meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook
Volgen:
link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten volg Bisdom Haarlem-Amsterdam op Twitter volg Bisdom Haarlem-Amsterdam op Facebook

Ontstaansgeschiedenis Noodhelpers

gepubliceerd: donderdag, 19 januari 2023

Het ontstaan van de devotie in de Zuid-Duitse bede­vaarts­oord Vierzehn­hei­ligen gaat terug op een ver­schij­nings­ver­haal uit 1445. Dit is de reden waarom op die plek de basiliek van Vierzehn­hei­ligen is gebouwd.

Hoogaltaar van de Basiliek van Vierzehn­hei­ligen (foto: Cajetan)

Op vrij­dag na Heilig-Kruis­dag (14 sep­tem­ber) in de herfst van het jaar 1445 dreef Herman, de zoon van schaapher­der Leicht, in het Frankenthal de klooster­schapen naar huis. In de buurt van de stal geko­men hoorde hij een kind vre­se­lijk huilen. Toen hij omkeek, zag hij inder­daad een klein kind in het veld op de grond zitten. Hij ging er naartoe; on­mid­del­lijk begon het naar hem te lachen. Hij wilde het kind optillen, maar het verdween. Hij ging terug naar zijn schapen, en keek nog één keer om. Daar zat het kind weer, op dezelfde plek als daarnet, maar nu tussen twee bran­dende kaarsen in. De jongen werd bang, riep zijn hond bij zich en maakte een kruis­te­ken. Opnieuw ging hij naar het kindje toe; het begint weer naar hem te lachen. Het was zo licht en doorzich­tig dat het wel van kristal leek. Toen hij heel dichtbij geko­men was, verdween het weer.

Thuis sprak hij erover met zijn vader en moe­der. Die raad­den hem aan er met niemand over te praten. Het was vast gezichts­bedrog geweest, zei­den ze. Maar de volgende dag ver­telde hij zijn verhaal aan een pries­ter. Die zei hem: “Als het zich nog eens laat zien, moet je een bezwe­ring uit­spre­ken in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Maar het kind liet zich niet meer zien, tot op de voor­avond van Petrus en Paulus van 1446 (28 juni). Herman hoedde rond vesper­tijd de schapen, toen hij het kind op dezelfde plek zag zitten als de vorige keer. Het was schit­te­rend als de zon; er ston­den nog veer­tien andere kin­de­ren omheen. Ze droegen allemaal een rood-wit gewaad. Het eerste kind droeg bovendien een rood kruis op zijn hart. Nu vroeg hij het kind wie hij was en wat het van hem wilde. Daarop ant­woordde het kind: “Wij zijn de Veer­tien Noodhelpers en willen graag een kapel waar wij in vrede kunnen ver­blij­ven. Als jij ons van dienst bent, dan zullen wij jou van dienst zijn.”

Na deze woor­den steeg het kind met de anderen op naar de hemel en verdween. De zater­dag daarop zag Herman twee bran­dende kaarsen staan op de plek waar het kind gezeten had. Op dat moment zag hij een vrouw voorbij­ko­men. Hij riep naar haar om te komen kijken, maar op het­zelfde ogen­blik verdwenen de kaarsen. Toen de her­ders­jongen met dit verhaal in Langheim kwam, wilde niemand hem geloven. Ze dachten dat hij het zich ver­beeld moest hebben.

Acht­tien dagen na deze gebeur­te­nissen was een dienstmeisje bezig op de binnen­plaats van het klooster, toen ze plot­se­ling een toeval kreeg. Zo bleef ze wel meer dan een uur liggen, zon­der een vin te verroeren. Men probeerde haar mond open te maken; ondertussen beval men haar aan bij allerlei heiligen. Maar het hielp allemaal niets. Tenslotte stelde men voor haar naar Frankenthal te brengen, op de plek waar de Veer­tien Noodhelpers aan de her­ders­jongen waren ver­sche­nen. Daar kreeg het meisje on­mid­del­lijk haar ge­zond­heid terug. Ter her­in­ne­ring richtte men een kruis­beeld op, precies op de plek waar het kind gezeten had. Te­gen­woor­dig bevindt zich op die plek het hoogaltaar van de kerk van de Veer­tien Noodhelpers.




Gerelateerde nieuwsberichten

donderdag, 19 januari 2023Veertien Noodhelpers



Bisdom Haarlem - Amsterdam • Postbus 1053 • 2001 BB  Haarlem • (023) 511 26 00 • info@bisdomhaarlem-amsterdam.nlDisclaimerDeze website is gerealiseerd door iMoose