Caritasweekend
En Werelddag van de Armen
In het weekend van 14 en 15 november staat het Caritasweekend gepland. Meer hierover volgt later. Zondag 15 november is het tevens Werelddag van de Armen.
Pausboodschap
Paus Leo XIV heeft al een boodschap gepubliceerd voor de Werelddag van de Armen op 15 november 2026. Die boodschap verscheen op 13 juni 2026, de gedachtenis van de heilige Antonius van Padua (patroon van de armen). Het is de tiende Werelddag van de Armen.
Het thema is: “De Heer is de toevlucht van de arme” (Psalm 14,6).
In de boodschap vraagt de paus onder meer of de Kerk zelf een toevlucht is voor armen, of we onze eigen armoede erkennen, en of we de armen écht beluisteren in plaats van alleen over hen te spreken. Hij wijst ook op sociale onrechtvaardigheid, corruptie en de manier waarop armen vaak onzichtbaar blijven.
- Download de werkvertaling van de boodschap van paus Leo XIV
- Of lees hem hieronder:

De Heilige Stoel
Boodschap van de Heilige Vader XIV
voor de 10de Werelddag van de Armen
30ste zondag door het jaar, 15 november 2026
1. De arme vindt zijn toevlucht bij de Heer (vgl. Ps. 14, 6)
“De arme vindt zijn toevlucht bij de Heer (vgl. Ps. 14, 6). De woorden van de psalmist geven ons het traject waartoe wij geroepen zijn om af te leggen met het oog op de 10de Werelddag van de Armen. Het is noodzakelijk om nog eens terug te keren naar het Woord van God om het belang te bevestigen dat de armen in het leven van de Kerk hebben. De uitdrukking in de psalm wordt het criterium voor een oordeel over een christelijk bestaan, omdat zij het gezicht van God openbaart en de menselijke armoede erkent. Op een dramatisch ogenblik in de geschiedenis, zoals de verwoesting van de tempel van Jeruzalem was, voelde het volk zich immers zonder de aanwezigheid van God en ervoer het een ongekende materiële en morele ellende.
Dit Woord verschijnt aan iedere generatie in heel zijn actualiteit. Vanaf het begin laat het de tegenstelling zien waartoe men ook nog in onze dagen vervalt. De eerste constatering is eigenlijk: “De dwazen beweren: ‘Er is geen God!’. Bedorven zijn ze, verfoeilijk hun daden, geen één die het goede doet” (Ps. 14, 1). Het onderstreept de tegenstelling tussen degenen die zich wijs gedragen, en degenen die integendeel hun leven voortslepen, als was er niets belangrijker dan zij zelf. Helaas ziet men hoe ook in onze dagen een wijd verbreid maatschappelijk onrecht dat voortkomt uit een arrogante corruptie, die even betreurenswaardig als discriminerend is. Het verlies van gevoel voor transcendentie in het dagelijks leven is niet zozeer meer een theoretische ontkenning van het bestaan van God; het komt eerder hierin naar voren dat men geen rekening houdt met Gods goedheid en barmhartigheid voor het bouwen aan persoonlijke en maatschappelijke gerechtigheid.
De eersten die de gevolgen hiervan moeten ondergaan, zijn de armen, van wie het aantal in veel maatschappijen niet toevallig toeneemt. De afwezigheid van God plaatst de mensen niet meer naast elkaar in wederzijds respect, maar de een boven de ander in het teken van overheersing en onderdrukking. Zo treedt een desacraliserende logica van bedrog en uitsluiting op de voorgrond die marginaliseert en vernedert. In deze toestand bevinden zich niet alleen individuen, maar hele bevolkingen. De woorden van de psalm weerklinken nog steeds vol waarheid: “zij verslinden mijn volk als brood” (Ps. 14, 4).
2. De kreet van de armen die tot God roept
De kreet van de armen om gerechtigheid wordt onderdrukt met veel, vaak slinkse, technieken, totdat men iedere inspanning om hun eigen eisen te laten horen laat verstommen. De digitale omgeving radicaliseert het vooroordeel over hen en laat de sluier van onverschilligheid die de oorzaken verhult, groeien. De arme rest niets anders dan tot God te roepen (vgl. Ps. 34, 7) en zijn weeklacht tot Hem te laten komen, met de zekerheid dat er naar hem wordt geluisterd, omdat God trouw en rijk aan medelijden is. Al degenen die onderdrukt en vernederd worden en weerloos zijn groeien ook vandaag in de zekerheid dat zij zich vol vertrouwen en verwachting op God moeten verlaten. In dit totaal toevertrouwen bloeit opnieuw het gevoel van eigenwaarde, herkennen zusters en broeders met wie de eigen dromen georganiseerd moeten worden elkaar, wordt de hoop stilzwijgend werkelijkheid. Toevlucht vinden bij God staat gelijk aan het vinden van de ware en veilige bescherming die de machtigen niet kunnen garanderen en liever afwijzen.
De arme weet echter beter dan anderen het wezenlijke te herkennen, omdat hij van het wezenlijke leeft. Meer dan allen aan Christus gelijk, erkent hij God als eigen toevlucht, ook wanneer de omstandigheden dat lijken te loochenen, en is hij vol hoop voor zijn gerechtigheid, die zich zonder uitstel zal tonen. In de nacht van verlatenheid en eenzaamheid “geniet” de arme “de bescherming van de Allerhoogste” (Ps. 91, 1). Allen die bedroefd zijn, allen die onrecht ondergaan en gekwetst worden, allen die lijden en pijn hebben, allen die alleen zijn en niet de zin van het leven zien, kunnen troost en nieuwe motivatie vinden bij de Heer.
3. Jezus Christus, de concrete toevlucht
Toevlucht zijn is niet alleen een belofte, maar wordt werkelijkheid in de persoon van Jezus Christus. God komt bij ons wonen met de menswording van de Zoon, die de gehoopte toevlucht concreet en zichtbaar maakt. Jezus Christus is werkelijk Gods toevlucht voor de armen. Uit gehoorzaamheid aan de Vader daalt hij af tot het diepste punt, waar de minsten zich bevinden. Hij komt allen tegemoet en aan ieder biedt Hij een veilige toevlucht: “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken” (Mat. 11, 28). In Jezus beschermt God niet alleen, maar Hij deelt de menselijke armoede tot aan het kruis.
De armen van onze dagen zijn degenen die vergeten en gemarginaliseerd worden: beroofd van niet alleen brood, maar ook van een stem en een gezicht. Mogen zij de Zoon van God kunnen ontmoeten, die allen nabijkomt zonder iemand over het hoofd te zien. Mogen zij Hem vóór alles ontmoeten in degenen die zich christenen noemen. In de Kerk, zijn lichaam, is het Jezus die brood en vriendschap aanbiedt; licht en een horizon van hoop brengt; de naam van ieder uitspreekt en allen waardigheid teruggeeft. Jezus van Nazaret is de gave van God aan de armen. In Hem worden alle beloften werkelijkheid. Voor allen die zonder huis, werk, onderwijs, voedsel, gezondheid zijn, opent zich een nieuwe weg: het samen delen als uitdrukking van het Rijk van God (vgl. Mat. 5, 3). Tegenover de obsessie van allen die rijkdommen voor zichzelf ophopen, staat de vasthoudendheid van God, die in het getuigenis van mensen van vlees en bloed het hart opent en opneemt in zijn liefde.
4. Geroepen om zelf arm en toevlucht te worden
In Christus zijn ook wij dus geroepen om arm te worden en een toevlucht te worden voor de arme. De christelijke gemeenschap kan niet ongevoelig blijven voor de zovelen die tegenwoordig voor de deur staan en onzichtbaar blijven voor allen die opgesloten zijn binnen de eigen muren. De Kerk is van nature geroepen om arm en een toevlucht voor de armen te zijn. Laten wij het commentaar van de heilige Augustinus op de parabel van de rijke en de arme Lazarus niet vergeten: “Hij heeft de naam van de rijke verzwegen en heeft ons de naam van de arme genoemd. De naam van de rijke ging van mond tot mond, maar God heeft hem verzwegen; aan de naam van de arme ging men in stilte voorbij, maar God heeft hem aan ons geopenbaard. [...] Wat zou jij kiezen? Arm zijn als Lazarus of rijk zijn als de ander? Laat je niet bedriegen. Luister naar wat het einde was en kijk naar de slechte keuze” (Sermo, 33A, 4).
Zoals ik in de apostolische exhortatie Dilexi te in herinnering heb gebracht, “God toont immers een voorkeur voor de armen: vóór alles is tot hen het woord van de Heer gericht over hoop en bevrijding en daarom hoeft niemand zich meer in de steek gelaten te voelen, ook al is men arm of zwak. En de Kerk moet, wil zij van Christus zijn, Kerk van de zaligsprekingen zijn, een Kerk die ruimte maakt voor de kleinen en die arm met de armen op weg is, een plek waar de armen een bevoorrechte plaats hebben” (nr. 21).
Onvermijdelijk rijzen enkele vragen die wij bij deze 10de Werelddag van de Armen dringend moeten laten weerklinken in onze geest en ons hart. Zijn wij een teken van God, die toevlucht is voor de armen? Zijn wij ons bewust van onze armoede of geven wij de voorkeur aan onrechtmatige rijkdom. Komen wij daar waar de armen zijn, en ervaren wij hun gemarginaliseerde bestaan? Luisteren wij naar hun gedachten en delen wij hun verwachtingen? Spreken wij hun namen uit met goddelijke tederheid? Wekt onze liefde in hen weer het verlangen naar gerechtigheid en verlossing en ondersteunt zij dit? Deze en veel andere vragen verplichten tot een serieus gewetensonderzoek om te bepalen hoezeer wij geroepen zijn de armen en hun bevrijding te bevorderen. Dan zullen wij zien dat de armen zelf een toevlucht voor anderen worden. De ervaring van de armoede maakt bijzonder gevoelig voor een vernieuwde solidariteit ten opzichte van uitdagingen.
De liefde van Christus maakt ons immers deelgenoot aan de liefde van God. In deze zin zijn de christenen niet alleen geroepen om toevlucht te zoeken bij God, maar ook bij God een toevlucht voor anderen te worden zonder “een onderscheid te maken tussen wie bijstaat en wie bijgestaan wordt, tussen wie lijkt te geven, en wie lijkt te ontvangen, tussen wie arm blijkt, en wie voelt dat hij in staat is om tijd, deskundigheid en/of hulp aan te bieden. Wij zijn de Kerk van de Heer, een Kerk van armen, allen kostbaar, allen personen, ieder drager van een bijzonder Woord van God. Ieder is een gave voor de ander (Homilie, 17 augustus 2025).
5. In de voetsporen van Franciscus
De achthonderdste verjaardag van de dood van de heilige Franciscus van Assisi spoort ons aan om in herinnering te brengen hoe hij, toen hij in Rome als pelgrim bij het graf van de apostel Petrus was gekomen, getroffen werd door medelijden met de bedelaars. Om hun lijden te begrijpen en te ervaren trok hij zijn eigen kleren uit en wisselde deze in voor de kleding vol scheuren van een van hen en ging zitten om om een aalmoes te vragen en de hele dag te midden van de armen door te brengen, met een blij gemoed (vgl. Fonti Francescane, 1405-1406). Wij willen getuigen dat het ook vandaag nog mogelijk is dezelfde blijdschap te ervaren, wanneer men zich verplaatst in de toestand van de armen en naar hen luistert in plaats van alleen maar over hen te spreken. Wie God als toevlucht heeft, is vrij om profetische keuzes te maken, die ervan getuigen hoe alles van onderop opnieuw doordacht kan worden in nederigheid en broederschap die alleen al een wereld gewond door hoogmoed kunnen herstellen.
Ik vertrouw erop dat deze 10de Werelddag van de Armen een belangrijke fase kan vormen om opnieuw het gezicht van zoveel broeders en zusters te ontdekken die hun toevlucht bij God zoeken en zich thuis voelen in onze gemeenschappen. Laten wij de gehoorzaamheid aan het Woord van God, dat uitdaagt tot een bekering van het hart, levend houden. Moge de Maagd Maria, die in het gekruisigde lichaam van haar Zoon de liefde van God heeft aanschouwd, die de hongerigen overlaadt met gaven en de rijken met lege handen heenzendt (vgl. Luc. 1, 53), voor ons ten beste spreken.
Uit het Vaticaan, 13 juni 2026, gedachtenis van de heilige Antonius van Padua.
+ Leo PP. XIV
Vertaling: drs. H.M.G. Kretzers
Eindredactie: A. Kruse, MA
Copyright: Libreria Editrice Vaticana/SRKK
Tussenkopjes toegevoegd t.b.v. leesbaarheid door de redactie








