Sui iuris
Sui iuris (of sui juris) is Latijn en betekent letterlijk "van eigen recht" of "van eigen wet". Het komt van sui (zichzelf/eigen) en iuris (recht/wet). Het verwijst naar een autonome of zelfbesturende kerk. Het gaat om kerken die hun eigen hiërarchie, liturgie, spiritualiteit, theologische tradities en canoniek recht hebben, maar toch in volledige communie staan met de paus en de universele Kerk.
De term komt vooral voor in het Wetboek van Canons van de Oosters-Katholieke Kerken (CCEO). Volgens canon 27 is een kerk sui iuris:
“Een gemeenschap van christengelovigen die volgens het recht door een hiërarchie wordt verenigd en die door de hoogste autoriteit van de Kerk uitdrukkelijk of stilzwijgend als sui iuris wordt erkend.”
De Katholieke Kerk bestaat uit 24 kerken sui iuris:
- 1 Latijnse Kerk (de grootste, ook wel Rooms-Katholieke Kerk genoemd).
- 23 Oosters-Katholieke Kerken (bijv. de Maronitische Kerk, de Chaldeeuwse Kerk, de Armeense Katholieke Kerk, de Byzantijnse kerken zoals de Oekraïense Grieks-Katholieke Kerk, etc.).
Deze Oosters-katholieke kerken hebben hun eigen patriarchen, aartsbisschoppen of metropolieten en eigen wetgeving, maar erkennen de paus als hoogste leider. Ze zijn dus niet ondergeschikt aan de Latijnse Kerk, maar gelijkwaardig in waardigheid, al verschillen ze in rite en traditie.
Andere gebruiken in de Kerk
Missio sui iuris: Een missionair gebied dat (nog) niet tot een volwaardig bisdom of apostolisch vicariaat is verheven, maar wel een zekere zelfstandigheid heeft.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam