Rorate caeli
Rorate caeli (voluit: Rorate caeli desuper) is Latijn voor “Dauwt, hemelen, van omhoog”. Het is een bekende adventsantifoon en introïtus, gebaseerd op Jesaja 45,8. De tekst drukt het verlangen uit naar de komst van de Messias: de hemel moet als het ware dauw of regen laten vallen, zodat de aarde de Redder voortbrengt.
De kerntekst luidt:
Rorate caeli desuper, et nubes pluant justum:
aperiatur terra, et germinet Salvatorem.
Vertaling:
“Dauwt, hemelen, van boven, en laten de wolken de Rechtvaardige beregenen;
laat de aarde zich openen en de Verlosser voortbrengen.”
Er bestaat ook een langer adventslied met dit refrein en verzen uit Jesaja 63-64, waarin Israël klaagt over zonde en ballingschap en smeekt om redding.
Gebruik in de liturgie
- Introitus (intredezang) van de 4e zondag van de Advent.
- Dagelijks in de Advent als vers bij de Vespers.
- Bij votiefmissen van Maria in de Advent.
Daaraan dankt de Rorate-mis haar naam: een Maria-mis in de Advent, vaak vroeg in de ochtend, bij kaarslicht, in een nog donkere kerk. Het kaarslicht in de duisternis symboliseert het wachten op Christus, het Licht.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam