Patrologie
Patrologie is de studie van de kerkvaders: hun leven, geschriften en betekenis voor de ontwikkeling van het christelijk geloof. Het woord komt van het Griekse patēr (vader) en logos (leer): leer van de vaders.
Kerkvaders zijn vroegchristelijke schrijvers en leraren (ongeveer 2e tot 7e/8e eeuw) die als gezaghebbende getuigen van de apostolische traditie gelden. Klassieke criteria zijn: oudheid, orthodoxie, heiligheid van leven en erkenning door de Kerk.
Bekende namen
- Latijns
- Tertullianus
- Cyprianus
- Ambrosius
- Hieronymus
- Augustinus
- Grieks
- Irenaeus
- Athanasius
- de Cappadociërs (Basilius, Gregorius van Nazianze, Gregorius van Nyssa)
- Johannes Chrysostomus
- Johannes Damascenus
In de praktijk bestudeert het vak ook andere vroegchristelijke auteurs die niet allemaal “kerkvader” in strikte zin zijn (bijvoorbeeld Origenes).
Wat leer je met dat vak?
- wie de auteurs waren en in welke context ze schreven
- welke teksten echt van hen zijn (authenticiteit, tekstkritiek)
- hoe ze Schrift uitlegden
- hoe dogma’s tot stand kwamen: Drie-eenheid, christologie, kerk, sacramenten, genade
Patrologie en patristiek
Deze twee termen worden vaak door elkaar gebruikt.
- Patrologie: meer historisch-literair - leven, werken, datering, stijl, overlevering van de teksten
- Patristiek: meer inhoudelijk-theologisch - de leer van de vaders
In een katholieke opleiding hangt het vak meestal samen met kerkgeschiedenis van de oudheid. Het is geen antiquarische hobby: de Kerk leest de vaders als levende stem van de traditie, naast Schrift en leergezag.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam