Orgeltrapper
De persoon die vroeger de balg van het pijporgel bediende, werd in het Nederlands een orgeltrapper of calcant genoemd.
Uitleg
- Het pijporgel had vóór de komst van elektrische blaasinstallaties handmatig bediende balgen.
- De orgeltrapper zorgde dat er voortdurend genoeg winddruk was om de pijpen te laten klinken.
- Vaak waren dit jongens of mannen uit de parochie, die tijdens de mis of repetities naast of achter het orgel moesten blijven werken.
- Het was zwaar en eentonig werk: bij grote orgels moesten er soms meerdere orgeltrappers tegelijk aan de balgen trekken of trappen.
Met de komst van elektrische ventilatoren (vanaf eind 19e, begin 20e eeuw) is dit ambacht verdwenen.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam