Heilig
Heilig (of sacraal) betekent iets of iemand die aan God is toegewijd, met God verbonden is, en daardoor apart gezet is van het gewone of wereldlijke (profane). Het is een kernbegrip dat zowel op personen, plaatsen, voorwerpen als gedrag kan slaan.
1. Heilig als morele of geestelijke staat
Een persoon is heilig wanneer hij of zij leeft in diepe verbondenheid met God, en de genade van God toelaat om zijn of haar leven te vormen.
-
Bijvoorbeeld: "Maria leefde een heilig leven"
-
Ook: “We zijn allemaal geroepen tot heiligheid” (Lumen Gentium, Vaticanum II)
2. Heiligen (met hoofdletter H)
Dit zijn mensen die volgens de Kerk in de hemel zijn en een voorbeeld van christelijk leven zijn geweest. Ze worden officieel erkend via een heiligverklaring (canonisatie).
-
Voorbeelden: Sint Franciscus, Sint Theresia van Lisieux, Johannes Paulus II
-
Ze mogen publiekelijk worden vereerd, en katholieken kunnen hen om voorspraak vragen.
3. Heilige plaatsen of voorwerpen
Dingen kunnen ook als heilig beschouwd worden omdat ze aan God zijn toegewijd:
-
Heilige Mis - het eucharistisch offer
-
Heilige Schrift - de Bijbel
-
Heilig water, heilige olie, heilige communie
-
Heilige ruimte - bv. een kerk of kapel
4. Heilig gedrag
Moreel gedrag dat in overeenstemming is met Gods wil:
-
Liefde, zuiverheid, nederigheid, opoffering, trouw
-
Niet alleen uiterlijk gedrag, maar een innerlijke gezindheid die zich uit in daden
Samengevat
In katholieke zin is "heilig" dus niet alleen “braaf” of “goed”, maar verwijst het altijd naar iets of iemand die door God is geheiligd of aan Hem is toegewijd.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam