Grondtekst
De grondtekst van de Bijbel verwijst naar de oorspronkelijke talen waarin de heilige Schrift is geschreven, vóórdat ze werd vertaald in andere talen zoals het Latijn of het Nederlands.
De drie grondtalen
- Hebreeuws - voor het grootste deel van het Oude Testament
- Aramees - voor enkele gedeelten van o.a. Daniël en Ezra
- Grieks - voor het Nieuwe Testament en de Septuagint (de Griekse vertaling van het Oude Testament die de vroege Kerk gebruikte)
Katholieke benadering
- De Rooms-Katholieke Kerk erkent deze grondteksten als de authentieke bron van de openbaring, maar beschouwt ook de Latijnse Vulgaat (de vertaling van Hiëronymus, 4e eeuw) als een gezaghebbige en liturgisch erkende tekst.
- Het Concilie van Trente (1546) verklaarde de Vulgaat “authentiek” voor gebruik in de liturgie en theologie, maar niet als vervanging van de oorspronkelijke talen.
- Moderne katholieke bijbelvertalingen worden daarom gemaakt op basis van de grondteksten, met vergelijking van de Septuagint en de Vulgaat.
Samenvatting
De grondtekst van de Bijbel in katholieke context betekent dus de Hebreeuwse, Aramese en Griekse oorspronkelijke teksten, die als bron dienen voor vertalingen, studie en interpretatie - met blijvende eerbied voor de Vulgaat als historische referentie.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam