Monotheletisme
Monotheletisme en dyotheletisme zijn christologische leerstellingen uit de 7e eeuw over de wil(len) van Jezus Christus. In de katholieke context gaat het om een officieel veroordeelde ketterij versus de bindende orthodoxe leer.
Monotheletisme in katholieke ogen
Monotheletisme leert dat Jezus Christus twee naturen heeft (goddelijk en menselijk, zoals vastgelegd op het Concilie van Chalcedon in 451), maar slechts één wil (meestal de goddelijke wil). Het was een poging om de monofysieten (die één natuur in Christus benadrukten) terug te winnen voor de keizerlijke kerk in Byzantium.
- Het ontstond rond 630-640 onder invloed van patriarch Sergius van Constantinopel en keizer Heraclius (via de Ekthesis van 638).
- Het werd gezien als een compromis, maar in katholieke theologie ondermijnt het de volledige menselijkheid van Christus. Als Hij geen echte menselijke wil heeft, is Zijn menselijke natuur incompleet - Hij zou dan niet werkelijk als mens hebben kunnen lijden, kiezen of gehoorzamen.
De katholieke Kerk beschouwt monotheletisme als ketterij. Het werd formeel veroordeeld op het Derde Concilie van Constantinopel (680-681), ook wel het Zesde Oecumenische Concilie genoemd. Dit concilie is voor katholieken een bindend oecumenisch concilie.
Dyotheletisme: de katholieke leer
Dyotheletisme (van Grieks dyo = twee + thelēma = wil) is de officiële katholieke doctrine:
- Christus heeft twee naturen (goddelijk en menselijk) in één persoon.
- Daarom heeft Hij ook twee willen: een goddelijke wil (die Hij deelt met de Vader en de Heilige Geest) en een menselijke wil.
- Deze twee willen staan nooit tegenover elkaar; de menselijke wil is volmaakt in harmonie met en onderworpen aan de goddelijke wil.
Dit volgt logisch uit de twee-naturenleer van Chalcedon. Het Concilie van Constantinopel III definieerde expliciet:
“Wij belijden twee natuurlijke willen of verlangens in Hem, en twee natuurlijke werkingen zonder scheiding, zonder verandering, zonder verdeling, zonder vermenging.”
Een klassiek bijbels voorbeeld is de hof van Getsemane (Lucas 22:42):
Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; niettemin, niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.
Dit toont een echte menselijke wil die zich vrijwillig onderwerpt aan de goddelijke wil.
In de katholieke theologie benadrukt dyotheletisme dat Jezus waarlijk God én waarlijk mens is. Zijn menselijke wil maakt Hem tot een volmaakt model van gehoorzaamheid en menselijke vrijheid onder God.
Paus Honorius I en de controverse
Een vaak besproken punt in katholieke apologetiek is paus Honorius I (625-638). Hij schreef brieven aan Sergius waarin hij leek te suggereren dat men beter niet over “twee willen” moest spreken, om verdeeldheid te vermijden. Het concilie veroordeelde hem postuum en noemde hem in de anathema’s.
In de katholieke uitleg
- Honorius heeft geen ketterij gedefinieerd of ex cathedra onderwezen.
- Hij was nalatig (plichtsverzuim) door de opkomende dwaling niet krachtig genoeg te bestrijden en de discussie te bagatelliseren.
- Paus Leo II, die het concilie bekrachtigde, veroordeelde hem niet wegens ketterij, maar omdat hij “de onbevlekte geloofsleer liet ondermijnen” door zijn stilzwijgen en ambiguïteit.
- Dit geval wordt vaak aangehaald in discussies over pauselijke onfeilbaarheid: Honorius sprak niet infallibel, dus het tast de dogma’s niet aan.
Deze katholieke woordenlijst is nog in ontwikkeling.
Aan de beschrijvingen wordt nog geschaafd.
© Copyright 2026 Bisdom Haarlem-Amsterdam