Bisdom Haarlem-Amsterdam












link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook

Documenten

terug naar de documentindex

Voortgangsnotitie Diaconie

Ter aanvulling van de beleidsnota Nieuwe Tijden, Nieuwe Wegen

Voorwoord

In mei 2004 verscheen in het bisdom Haarlem de beleidsnota “Nieuwe Tijden, Nieuwe Wegen”. Deze nota wil een visie geven op de toekomst van het pastoraat in het bisdom.
In de nota is ook aandacht voor diaconie (blz. 16).
Voor het Diakonaal Werkersoverleg (DWO) was dit aanleiding om vertegenwoordigers van alle instanties die in het bisdom op enigerlei wijze van doen hebben met de diaconie, uit te nodigen op een zgn. diaconale miniconferentie. Hierbij waren uitgenodigd: de diocesane Raad voor Diakonie, de diakenopleiding in Vogelenzang, de diakenskring en de Fontyshogeschool in Amsterdam.
Daar is besloten om in te gaan op de uitnodiging van de bisschop om een voortgangsnotitie te schrijven op de nota NTNW. De diaconaal werkers hebben het voortouw genomen, maar de concept tekst is voorgelegd aan alle hierboven genoemde instellingen, en daar ook besproken met de verschillende achterbannen.
In het proces van het schrijven van deze notitie hebben verschillende concepten gecirculeerd, die door alle betrokkenen zijn geamendeerd, aangevuld enz.
Het resultaat is deze breed gedragen notitie, die bedoeld is als beleidsadvies op het terrein van de diaconie. Het gaat ons daarbij vooral om de praktische adviezen. Immers, ook wij zijn ons er van bewust dat er op theologisch en kerkjuridisch gebied nog veel valt te ontwikkelen en te doordenken op het brede terrein van de diaconie.
Wij menen echter dat een aantal praktische zaken niet kan wachten tot deze ontwikkelingen helemaal zijn uitgekristalliseerd. Immers, mensen in nood wachten niet op mooie woorden en theorieën, maar op daadwerkelijk handelen.

Namens alle genoemde instellingen,

Piet Stolwijk, stafmedewerker diaconie

1.   Inleiding

Met deze notitie beogen de auteurs, d.w.z. de instellingen die de ontwikkeling van de diaconie in het bisdom Haarlem een warm hart toedragen, een impuls te geven aan de ontwikkeling van de parochiële diaconie in regioverband. Ze gaan daarbij uit van de diocesane beleidsnota Nieuwe Tijden Nieuwe Wegen (NTNW), mei 2004 1, waarin een paragraaf gewijd wordt aan diaconie en missie. Deze notitie kan daarom gezien worden als een voortgangsnota. Ze bevat een uitgewerkt voorstel voor diaconaal beleid voor de komende jaren en gaat daarbij uit van de regio als kader waarin de diaconie tot leven dient te komen.

Wat is diaconie en waarom is diaconie belangrijk?

De kerk mag zich niet isoleren van de huidige maatschappelijke vragen. We denken dan aan vragen rondom ethiek, minderhedenbeleid, de grote milieuvragen, de inhoud van onderwijs en wetenschap, sociale wetgeving, democratie, de positie van de economie, de man-vrouw verhouding, de zin van de arbeid als levensvervulling enz. Het woord diaconie, waarvan ook het woord diaken is afgeleid, betekent volgens de nieuwste inzichten bemiddeling;de diaconie is dan het werkveld in de parochie dat de samenleving en zijn noden en vragen de parochie binnenhaalt en omgekeerd de parochie midden in de samenleving plaatst.

Samenleving en noden

“Samenleving” is een sleutelwoord in de diaconie. Onze samenleving kent naast welvaart vele noden. De nota NTNW signaleert de volgende noden: “… dat de solidariteit tussen arm en rijk, tussen begiftigd en behoeftig, niet (meer) door de staat kan worden georganiseerd of afgedwongen”. En verder spreekt ze internationaal gezien over :” …armoede en schuldenlast.” En nationaal gezien over: “eenzaamheid en individualisme, agressie en geweld op straat en scholen, bezuinigingen in zorg en sociale zekerheid”. Om deze en zovele andere maatschappelijke vragen, die nog genoemd worden, gaat het in de diaconie.

Definitie van diaconie

Het is goed een definitie van diaconie te kennen. We zijn ons ervan bewust dat ‘diaconie’ in de katholieke traditie een brede betekenis heeft. Waar in deze notitie sprake is van diaconie wordt de diaconia caritatis bedoeld, waarmee in brede zin de zorg en aandacht van de geloofsgemeenschap wordt aangeduid voor de noden van de samenleving: “Het vanuit christelijke overtuiging gestalte geven aan de opdracht van de kerk om dienstbaar te zijn aan de samenleving door aandacht te wijden aan de concrete noden en behoeften ven personen en groepen van personen en daardoor bij te dragen aan het bevorderen van sociale rechtvaardigheid”. 2

De nota NTNW omschrijft in navolging van het Landelijk Pastoraal Overleg in 1987 de diaconie als volgt: “allerlei manieren, waarop groepen christenen, zich solidariseren met mensen in nood en/of werken aan de oplossing daarvan.” Negatief geformuleerd gaat het dus niet om: het geven van geld als enige manier van helpen, goedwillende bedeling en alleen hulp aan individuen. Positief geformuleerd gaat het om: veelsoortige manieren van hulp, om solidariteit en gelijkwaardigheid tussen helper en geholpene, om naast hulp aan individuen en groepen, mee werken aan het wegnemen van de oorzaken van een nood. Ook dit laatste is diaconie: meewerken aan een structurele oplossing van een nood.

De nota NTNW geeft verder aan het woord nood in deze definitie een theologische diepte mee: “Nood is theologisch gesproken daar waar het een mens door financieel, lichamelijk, psychisch of sociaal gebrek niet mogelijk is mens te zijn of te worden naar het beeld van God”. Diaconie ziet met gelovige ogen naar de medemens in nood.

Diaconie blijkt bovendien meer in te houden dan het lenigen van noden. In de huidige theologie en de huidige Romeinse documenten. 3 zijn voor de diaconie en de diakens een aantal tendensen en accenten te ontdekken, die op dat bredere begrip van diaconie ingaan. Toch is de theologie van de diaconie nog lang niet definitief en concreet afgebakend. Deze blijft door het aansluiten bij de samenleving en haar problemen steeds in ontwikkeling. Ook de bijbelse herbronning maakt de basis voor de grote reikwijdte van de diaconie duidelijker. 4

2.   Diaconie: een vorm van missionair kerk-zijn?

Missionair

De nota NTNW schrijft: “De mate waarin het ons lukt “elkaar lief te hebben” is de mate waarin ons getuigenis gezag krijgt”.
We zijn niet gewend de woorden “missie” en “missionair” toe te passen op ons eigen land. Toch is er alle reden toe dit wel te doen nu nog slechts eenderde van onze samenleving zich rekent tot een kerk en tweederde behoort tot de doelgroep, die je graag kennis wilt laten maken met de woorden en de werking van het evangelie.

Hoe verhouden diaconie en missie zich tot elkaar?
Het slot van het Marcus evangelie eindigt met de uitzending van de leerlingen en de opdracht het evangelie te verkondigen en te dopen. Dit teken van het Woord wordt gevolgd door een aantal suggesties voor handelen: boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen spreken, slangen opnemen, vergiftiging overleven, zieken de handen opleggen en genezen.

De Daad volgt het Woord

Wat betekent dat voor ons met het oog op deze voortgangsnota over diaconie?
Het is belangrijk op de merken dat diaconie principieel tot de zending, de missie, van de kerk behoort. Verkondiging zonder daden kan niet. Dat is ongeloofwaardig. De authenticiteit van kerk-zijn hangt ermee samen. Verkondiging dient door goed handelen te worden gevolgd. In deze zin is diaconie ook altijd verbonden met de zending van de kerk naar buiten. Evangelie-verkondigen betekent ook evangelie-doen in een wereld, die God en Jezus (nog) niet kennen in de praktijk van het bestaan.

Diaconie: een eerste kennismaken met God

Door de secularisering en ontkerkelijking zijn parochies kleiner geworden en is het aantal rand- en niet-kerkelijken navenant groter geworden. De slagkracht van parochies is daarmee aanzienlijk verminderd.

Feitelijk zien we echter dat de parochiële en niet-parochiële diaconie vaak de eerste kennismaking met de plaatselijke kerk is. De diaconie gaat dan vooraf aan verkondiging en verwijst in de persoon van de helper naar de Afzender, God zelf. In diaconale projecten, maar ook in de individuele hulp is de kerk nabij aan mensen. Een authentieke getuigenis met het Woord kan daarin een plaats krijgen maar staat daarin niet voorop.

Samenwerken met rand- en niet-kerkelijke vrijwilligers

Voor veel diaconale activiteiten en projecten blijken te weinig vrijwilligers beschikbaar. Als een PCI of een parochie een activiteit of project wil ontwikkelen, loopt een PCI al gauw tegen de vraag aan waar er vrijwilligers te vinden zijn. In de prakrijk van het diaconale werk blijken er nieuwe vormen van het werven van vrijwilligers ontwikkeld te zijn. Daarbij wordt eraan gedacht om behalve onder kerkelijke onder rand- en niet-kerkelijke vrijwilligers te werven. Er is een dubbel motief om onder deze brede groep van potentiële vrijwilligers te werven: een praktische en missionaire. De praktische is dat de parochie zelf onvoldoende vrijwilligers heeft voor haar diaconale activiteiten en projecten. De missionaire, dat kerkelijke vrijwilligers vanuit hun gelovige inspiratie en motivatie in respect voor het anders zijn van de ander leren om samen te werken met mensen die hun inspiratie uit andere bronnen halen dan de H.Schrift en een persoonlijk geloof.

In grote, vaak interkerkelijke diaconale projecten in de grote steden, waar met veel vrijwilligers wordt gewerkt, is dit al langer gebruik. De parochiële diaconie is daar echter minder vertrouwd mee. Het is boeiend voor de parochiële diaconie, c.q. het Pci-bestuur om deze mogelijkheid te onderzoeken en uit te proberen. Het voordeel is dat de diaconie in een parochie daarmee meer armslag krijgt zonder haar identiteit te loochenen.

3.   De maatschappelijke omgeving van de diaconie in het Bisdom Haarlem

Diversiteit in verstedelijking en economie

Het Bisdom Haarlem valt in geografische zin samen met de provincie Noord-Holland en Zuidelijk Flevoland. Het gebied kenmerkt zich door verstedelijking in het zuidelijk deel van de beide provincies (Amsterdam, Zaanstad, Haarlem en Almere). Daarnaast kennen de twee provincies een aantal middelgrote en kleine gemeenten en is er meer naar het noorden veel landelijk gebied. De bevolking bedraagt ongeveer 2.750.000 mensen.

Het zuidelijk deel van de provincie Noord Holland kent een sterke luchtvervuiling, onlangs als één van de zwaarste ter wereld aangewezen. De werkgelegenheid in Noord Holland en Zuidelijk Flevoland wordt voornamelijk bepaald door zware en voedselverwerkende industrie (IJmond, Zaanstreek), financieel-economische en toeristische dienstverlening en de agrarische sector (veeteelt en tuinbouw waaronder de bollenteelt). De luchthaven Schiphol en de haven van Amsterdam zijn belangrijke economische motoren. De visserij en de agrarische sector staan onder grote druk. Recentelijk geldt dit voor de kokkelvisserij op de Waddenzee. Door de ruime stranden, de watersportmogelijkheden van het IJsselmeer, aantrekkelijke steden als Amsterdam, Haarlem en Alkmaar, de typische Zuiderzeestadjes en het unieke platteland ontwikkelt het toerisme een werkgelegenheidsaanbod van belang.

Stagnerende economie; de samenleving verhardt; sociale uitsluiting

Anno 2004 lijkt een periode van sterke economische groei te zijn afgesloten. De samenleving verhardt.
Er zijn veel problemen op het gebied van inkomen en gebrek aan vooral werkgelegenheid voor lager opgeleiden. De gemiddelde waarnemer is zich onvoldoende bewust van de aard en omvang van de problematiek van maatschappelijke groepen als éénoudergezinnen, allochtonen, ouderen die uitsluitend op een AOW-uitkering kunnen rekenen, werkloze (allochtone) jongeren en een groeiend aantal dak- en thuislozen waaronder uitgeprocedeerde asielzoekers, maar ook chronisch zieken en gehandicapten. Ook in het landelijke gebied hebben groepen als eenoudergezinnen en ouderen bovengemiddeld met armoede te maken.

Gegeven de demografische samenstelling van de groep kerkgangers is het van belang in het bijzonder te letten op de omstandigheden van ouderen in de grote steden en op het platteland. De gemiddelde leeftijd van de Nederlandse bevolking stijgt steeds verder. In 2030 zal meer dan een kwart van de bevolking de leeftijd van 65 hebben gepasseerd. De toenemende vergrijzing geldt niet alleen voor de autochtone bevolking. Deze is evenzeer van toepassing voor allochtonen. Kenmerkend aan de armoede is niet alleen een (blijvende) daling in inkomsten maar ook de onmogelijkheid om nog langer aan het maatschappelijke verkeer deel te nemen (sociale uitsluiting). Vooral in steden als Amsterdam en in mindere mate in Haarlem, Zaanstad, Purmerend en Den Helder is sprake van een sterk stijgende armoede onder en daarmee isolement van ouderen.

Snelle culturele en demografische veranderingen; etnische spanning

Noord Holland en Zuidelijk Flevoland kennen alle problemen van de hoogmoderne, postindustriële en multiculturele samenleving. Eigen is aan de hedendaagse samenleving dat de grote levensbeschouwingen steeds meer plaats maken voor meer individuele opvattingen over zingeving en moraliteit. Er is, dat geldt zeker voor de verstedelijkte gebieden, sprake van een afnemend waarden- en normbesef. Steeds minder mensen ervaren binding met de kerk.

In Amsterdam is 43% van de bevolking allochtoon. Deze trend zal zich doorzetten. Door de bevolkingsgroei onder allochtonen, met meestal een christelijke of islamitsche achtergrond, zal de stad binnen het bestek van twee tot drie decennia meer allochtonen tellen dan autochtonen. Naast een culturele dreigt ook een economische tweedeling tussen autochtonen en allochtonen. Veel voorkomende criminaliteit wordt vooral door allochtone jongeren gepleegd. 5 Ondanks hun (soms hoge) opleiding maken zij weinig kansen op de arbeidsmarkt. Tot welke gevolgen dit kan leiden wordt gestaafd door de recente discussie over de kansen op terrorisme.

Toenemende aanspraak op de diaconie

Stagnerende economie, toenemende vergrijzing, groeiende armoede onder genoemde bevolkingsgroepen en stringenter regelgeving van overheidswege doen de bereikbaarheid van het sociale verzekeringsstelsel en de gezondheidszorg gaandeweg afnemen. Daarmee stijgt de aanspraak op de diaconale voorzieningen van de plaatselijke kerkgemeenschappen, die geleid door het centrale gebod van Jezus van Nazareth, naar vermogen steun en begeleiding willen aanbieden. 6 Naast landelijk onderzoek ontbreken soortgelijke cijfers uit het Bisdom Haarlem om de toename in hulpvragen aan de PCI’s te kunnen vaststellen. Het mag voor zich spreken dat bij een in diverse opzichten harder wordende samenleving de rooms katholieke kerk de uitdaging heeft present te zijn.

4.   De rol van de Parochiële Caritasinstelling (PCI) en van andere diaconale vrijwilligers.

Eigen rechtspersoon en netwerkvorming

In onze kerk wordt aan de diaconie een zo belangrijke plaats toegekend, dat daarvoor in elke parochie een apart bestuur, met eigen rechtspersoonlijkheid bestaat: de parochiële caritasinstelling, kortweg PCI. De PCI is de diaconale motor van de parochie. het verdient daarom aanbeveling dat het pci-bestuur gaat overleggen met het kerkbestuur over haar taken, en over het verwerven van een vaste bron van inkomsten. Haar belangrijkste taak is het te zorgen dat de parochie als geheel betrokken blijft op de diaconie, op de mensen in noodsituaties en op maatschappelijke problemen. Het is daarom van belang, dat de PCI contacten onderhoudt met mensen en instellingen die haar bij die taak kunnen helpen: met de verschillende diaconale werkgroepen in de parochie, de diaconale organen van de andere kerken met moslims en aanhangers van andere levensbeschouwingen en met algemene instellingen die op dit terrein actief zijn, zoals de sociale dienst, het algemeen maatschappelijke werk, de thuiszorg en instellingen voor categoriale hulpverlening.

De diaconie is bij uitstek een taak die in breder dan alleen parochieel verband kan worden uitgevoerd. We pleiten daarom uitdrukkelijk voor samenwerking van de PCI met de hierboven genoemde instellingen.

Samenwerking in regio- en dekenaal verband

Daarnaast wordt steeds duidelijker de noodzaak beleefd dat de PCI’s met elkaar - in regioverband of in dekenaal verband - de handen ineenslaan bij de aanpak van die problemen die de draagkracht van afzonderlijke PCI’s te boven gaan. Daar waar parochies te klein zijn om een eigen PCI te hebben, bestaat de mogelijkheid om, samen met buurtparochies, een interparochiële caritasinstelling, kortweg IPCI op te richten, of over te gaan tot de oprichting van en regionale PCI. In dit opzicht kan de nu ingezette regiovorming een stimulans zijn tot bundeling van krachten.

De rol van de diaconale vrijwilliger

De diaconale vrijwillig(st)ers zijn in toenemende mate de dragers van de diaconie in de geloofsgemeenschap.Dit gebeurt, naast het werken in de PCI, in allerlei werkgroepen voor bv. ziekenbezoek, armoede, vluchtelingen, MOV-groepen enz. Bij de uitvoering van hun activiteiten weten zij zich gesteund door de pastorale professionals in de regio. Hun werk is niet eenvoudig: zij zorgen voor de daadwerkelijke opvang, steun, verzorging een aandacht voor de mens in nood. Zij staan in de frontlinie. Het is daarom ook niet eenvoudig het arsenaal vrijwilligers voor deze activiteiten op peil te houden of uit te breiden. Werving van nieuwe groepen vrijwilligers is een noodzaak. Nieuwe wervingsmethoden moeten worden ingezet om dit te realiseren (zie ook hierboven nr.2). Daarbij kan men een beroep doen op kennis en inzichten die aanwezig zijn bij gemeentelijke en landelijke vrijwilligersorganisaties. Scholing voor, en begeleiding bij de uitvoering van hun activiteiten vormen wezenlijke elementen van het vrijwilligersbeleid op het terrein van de diaconie.

5.   De diaconale structuur in ons bisdom

Relevantie van een diocesane structuur 7

Het zwaartepunt van de diaconie ligt in de parochies, daar waar men het dichtst nabij kan zijn aan mensen in knelsituaties. Daar ontmoet men de daklozen, de zieken, de vluchtelingen, kortom de groepen die eerder werden aangeduid.

Diocesane structuren met betrekking tot de diaconie staan ten dienste aan het diaconale werk dat ter plaatse gebeurt. Zo ondersteunt de Diocesane Raad voor Diaconie (DRD) de PCI’s en organiseert ze impulsdagen en oriëntatiebijeenkomsten voor nieuw benoemde Pci-bestuurders. De bijzondere waarde van de DRD blijkt uit haar initiëring en ondersteuning van diaconale projecten voor het gehele bisdom als een opvanghuis voor jongeren in Hoorn, het passantenhuis Het Pauzement In Haarlem en een begeleid wonen-project voor jongeren in Almere. Ten slotte adviseert de DRD de bisschopsraad terzake diaconale beleidsvragen. Zo reageert zij, namens het bisdom, naar lokale en provinciale overheden met betrekking tot maatschappelijke problemen. In deze zin zijn spraakmakend de sociale uitsluiting van kwetsbare groepen, de moeilijker bereikbaarheid van de hulpverlening en de gezondheidszorg, de toename van interetnische spanning en de toegenomen vergrijzing. Het verdient aanbeveling dat de diaconie en daarmee de rooms katholieke kerk zich op deze signaleringsfunctie nader weet te profileren.

Werkoverleg op diocesaan niveau

De diakens ontmoeten elkaar in de Diakenskring, en kunnen elkaar daar bemoedigen in de uitvoering van hun diaconale taken. De diaconaal werkers treffen elkaar in het Diaconaal Werkers Overleg (DWO), en wisselen daar hun ervaringen uit.

Beide organen, DWO en Diakenskring, adviseren eveneens de DRD en zijn daarin vertegenwoordigd. Wij pleiten ervoor dat deze organen, vanuit hun ervaring met de diaconale praktijk, adviezen geven aan de opleidingen in Vogelenzang en in Amsterdam.

6.   De plaats van de diakens in het diaconale werkveld

De diaken als bemiddelaar in liturgie, verkondiging en in de samenleving

De diaken staat in het midden van de kerk -in liturgie, prediking, catechese en gemeenteopbouw- en midden in de samenleving. Zo brengt hij de vragen en de levenssituatie van de mensen binnen en buiten de kerkgemeenschap ter sprake in liturgie, verkondiging en beleid. Van de andere kant brengt hij de boodschap van het evangelie in de wereld. Daarom is de diaken ook leraar en evangelieverkondiger.

De diaken krijgt bij zijn wijding de handen opgelegd voor het dienstbetoon. De diaken is de zichtbare drager van het diaconale hart van de kerkgemeenschap. Hij is bemiddelaar en verkondiger van de christelijke diaconie. In de liturgie van de kerkgemeenschap draagt de diaken zorg voor de verkondiging, leest hij het evangelie voor, verbindt de gebeden van de kerkgemeenschap met de grote en kleine noden van mensen in de wereld en maakt de tafel van de Heer gereed opdat de gelovigen er daadwerkelijk worden gesterkt tot dienstbaarheid.. Op deze wijze ontmoeten zij allen die de Heer de minsten der mijnen noemt. In de voorbereiding en bij de viering van de sacramenten en in de catechese van de kerkgemeenschap vraagt de diaken aandacht voor haar kernopdracht, d.w.z de zorg voor de kwetsbare mens en mensen in nood, waarin de kerk Christus de Heer ontmoet.

De diaconale opdracht van de diaken

Het bemiddelaar zijn van de diaken tussen kerk en samenleving heeft consequenties voor de taken van de diaken: hij werkt bij voorkeur niet parochieel maar binnen regio’s en categoriale werkvelden, en is daarbij direct aan de bisschop gebonden. Het kan evenwel zijn dat de diaken parochieel werkt met duidelijke afspraken voor werkterreinen die met de samenleving van doen hebben en/of met catechese/missio/beleid.

Wij pleiten ervoor dat de diaken in het basispastoraat in parochies bij de praktische invulling van zijn ambt altijd mede een diaconale opdracht vervult, of in het categoriale pastoraat van zieken- en ouderenzorg, justitie, verslaafdenzorg of vreemdelingenzorg.

Regionaal ondersteunt en begeleidt de diaken de Parochiële Caritas Instellingen (PCI) en de Missie-Ontwikkeling-Vredegroepen (MOV) ofwel de Missie- en Evangelisatiegroepen en aanverwante diaconale werkgroepen en projecten in parochies. Te denken is aan het relevante bezoekwerk dat parochianen aan zieken en ouderen verrichten. Bovendien legt de diaken contacten tussen de kerkgemeenschap en instellingen voor maatschappelijke opvang als het algemeen maatschappelijk werk, de sociale dienst, zorgcentra, het vluchtelingenwerk en asielzoekercentra. De diaken werkt daarbij samen met de dekenale diaconale werkers en pastores in de regio.

7.   De taak en plaats van de dekenale diaconale werker

Waarom?

De parochie blijft, in regioverband, het uitgangspunt van de diaconale praktijk. Daar is de kerk het meest nabij aan mensen die in de knel verkeren. De vele diaconale vragen, die in de parochies van een regio spelen, vragen echter om dekenale aansturing en ondersteuning. De vraagstukken die zich voordoen in de samenleving worden steeds ingewikkelder, zodat het voor de afzonderlijke PCI steeds moeilijker wordt deze afdoende te beantwoorden. Bovendien gaat veel aandacht van pastores en besturen naar de instandhouding of vitalisering van de kerkelijke organisatie. In dat verband valt de nadruk op de samenwerking tussen en soms de fusering van parochies en ontbreekt het vaak aan voldoende aandacht voor de diaconie als wezens kenmerk van de parochie. Deze en dergelijke vragen pleiten voor de aanstelling van dekenale diaconale werkers, die systematisch en methodisch oog hebben voor de vorming van (meer) diaconale parochies.

De taakstelling

De dekenale diaconale werker heeft enkele kerntaken.
Hij ondersteunt PCI’s, diaconale werkgroepen en in een aantal dekenaten de MOV bij de ontwikkeling van een visie op een diaconale en missionaire parochie.
Hij biedt vormings- en toerustingscursussen aan, zodat de Pci-leden en diaconale vrijwilligers hun werk met meer deskundigheid en gelovig enthousiasme doen.
Hij begeleidt in regioverband processen waarin PCI’s besluiten tot samenwerking of fusering en tot het formuleren van een gezamenlijk diaconaal beleid voor de regio.
Hij adviseert bij de professionele opzet van diaconale projecten voor bepaalde noden. Een actueel voorbeeld is de hulp bij de opzet van een voedselbank in enkele dekenaten van ons bisdom. Verder kan gedacht worden aan de opzet van projecten rondom armoede, de multiculturele samenleving, (illegale) asielzoekers, of vragen uit de agrarische sector.
Hij vormt een brugfunctie tussen de parochies in een regio, tussen de parochies en het dekenaat en tussen het dekenaat en het bisdom. Hij neemt deel aan vormen van overleg op verschillende niveaus.
Tot slot adviseert hij de dekenale beleidsorganen, die bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen voor de ontwikkeling van een vitale diaconie in het dekenaat of in een regio van het dekenaat.

De plaats

De dekenale diaconale werker is als dekenaal stafmedewerker voor diaconie in dienst van het dekenaal bestuur. Hij is collega van andere dekenale werkers en werkt in teamverband nauw met hen samen. Hij is over zijn werk uiteindelijk verantwoording schuldig aan het Dekenaatsbestuur.

8.   De plaats van diaconie in de verschillende opleidingen

Professionele vaardigheden

Het evangelie zelf overtuigt ons van de noodzaak en het belang van diaconie als centrale taak en opdracht van iedere kerkgemeenschap. Daarmee is het van belang dat kerkelijke beroepskrachten (priesters, pastorale werk(st)ers, diakens, catechisten, opbouwwerkers) in hun opleiding kennis nemen van de diaconie.

In het bijzonder van diakens en diaconale werkers wordt verwacht dat zij kennis hebben van hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen en de katholieke sociale leer. Eveneens dienen zij als professionele werker te beschikken over een maatschappijkritisch analysevermogen en zijn zij bekend met hedendaagse hulpverleningsmethoden. Zo ook hebben zij beroepsvaardigheden op het gebied van vorming en toerusting en de begeleiding van diaconale projecten. Zij zijn in staat tot het doen van onderzoek en tot het vervaardigen van een sociale kaart voor parochie en regio.

Diaconale kwalificatie bij de theologische opleidingen

De auteurs van deze nota pleiten ervoor dat de verschillende opleidingen in ons bisdom: (HBO Theologie & Levensbeschouwing Fontys Hogescholen Amsterdam, Stichting Theologisch Vormingswerk Amsterdam (STVA), Grootseminarie Bisdom van Haarlem te Vogelenzang en de KTU in Utrecht) bij hun studenten de diaconale spiritualiteit en beroepsvaardigheden bevorderen. Het eerste dient te gebeuren vanuit een permanente toetsing van en omgang met Schrift en Traditie aan ongewenste ontwikkelingen in kerk en samenleving. In het bijzonder vragen de omstandigheden van kwetsbare groepen en situaties van onrecht om bezinning en positiebepaling.

Het is daarom ook van belang dat diakens, diaconale werkers en pastores in staat worden gesteld diaconale studie- en impulsdagen te volgen, waar hedendaagse ontwikkelingen ter sprake komen.

9.   Aanbevelingen

Als samenvatting van deze voortgangsnota formuleren de auteurs een aantal aanbevelingen:
  1. de diaconie van de rooms katholieke kerk in het Bisdom Haarlem dient in haar inzet zich te profileren op de in paragraaf drie genoemde kernpunten:

    • groepen die hebben te kampen met armoede en sociale uitsluiting zowel in stedelijk als landelijk gebied
    • spanningen die voortkomen uit de hedendaagse multiculturele samenleving
    • de omstandigheden van de groeiende categorie ouderen

  2. deze probleemgebieden vragen om de oprichting van diocesane taakgroepen, die zich verdiepen in genoemde probleemgebieden, die met concrete aanbevelingen komen en die parochies – bij voorkeur in regioverband - , dekenaten en bisdom ondersteunen in hun rol van bemiddelaar m.b.t. het aangaan van concrete actie.

  3. de diaken vervult onder meer een diaconale opdracht in het basis- en/of het categoriale pastoraat; de diaken is bemiddelaar tussen kerkgemeenschap en instanties voor hulpverlening en gezondheidszorg. De diaken werkt daarbij nauw samen met de dekenale diaconale werkers en pastores in de regio.

  4. een eigentijdse opzet van het diaconale werk in parochie/regio vraagt om de inzet van een professioneel geschoolde werker. Wij pleiten voor de aanstelling van een diaconale werker per dekenaat.

  5. de Diakenskring, de DRD en het DWO ontwikkelen zich tot organen die, vanuit praktijkervaring, adviezen geven aan de opleidingen in Vogelenzang en Amsterdam. Fontys, Stichting Theologisch Vormingswerk Amsterdam en KTU m.b.t het bevorderen bij hun studenten de diaconale spiritualiteit en beroepsvaardigheid. Diakens, diaconale werkers, pastores en vrijwilligers worden in staat gesteld aan diaconale studie- en impulsdagen deel te nemen.

  6. In het bisdom wordt gewerkt aan een statistische kwantificering van diaconale hulpvragers, vergelijkbaar met de KASKI-systematiek met betrekking tot aantallen kerkbezoek en sacramentele bediening. Daar naast verdienen ook andere diaconale initiatieven (projecten) effectmeting.

  7. In het bisdom wordt gewerkt aan het ontwikkelen van nieuwe methoden voor werving van diaconale vrijwilligers.

  8. De diaconale mini-conferentie toetst jaarlijks de ontwikkelingen in het bisdom aan de uitvoering van het in deze voortgangsnota geformuleerde beleid, en tracht de nieuwste inzichten omtrent diaconie en haar wetenschap te integreren in haar adviezen aan de opleidingen van diakens en diaconale werkers, alsmede in het concrete diaconale werk.

Mei 2005

Aangeboden door:

  • Diakenopleiding Vogelenzang
  • Diakenskring Bisdom Haarlem
  • Diocesane Raad voor Diakonie
  • Diakonaal Werkersoverleg
  • Fontys Theologie-opleiding


Noten

  1. Nieuwe Tijden Nieuwe Wegen (NTNW), beleidsnota Bisdom Haarlem, mei 2004. Citaten op pagina 1 en 2 van deze voortgangsnota zijn te vinden op p.16-17 van NTNW.

  2. Algemeen reglement voor het bestuur van een (inter)parochiële Caritas-instelling in de Nederlandse Kerkprovincie, Utrecht 12 februari 1991, art.1

  3. Basisnormen voor de vorming van permanente diakens. Congregatie voor de katholieke opvoeding, 22 februari 1998, en Directorium voor de dienst en het leven van permanente diakens, Congregatie voor de Clerus, 22 februari 1998.

  4. Zie: Barmhartigheid en gerechtigheid, Handboek diaconiewetenschap, red. H. Crijns e.a. Uitg. Kok, Kampen 2004, blz. 13-15 en 392-402.

  5. Recente publicaties als de slachtoffer- en politiemonitor en de rapportages van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie indiceren een oververtegenwoordiging van vooral Antilliaanse en Marokkaanse jongeren als plegers van veel voorkomende criminaliteit.

  6. Nederland T. e.a.: De Kerk als vangnet; verslag van een onderzoek naar de individuele financiële hulp door kerken; Werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA, Utrecht, 2002. In 1999, zeggen de auteurs, waren 850 duizend huishoudens in Nederland aangewezen op een laag inkomen; voor 373 duizend daarvan geldt dat zij zich langdurig in die situatie bevinden. Uit het onderzoek blijkt dat kerken nog wel degelijk financiële hulp verstrekken aan individuen. Een kwart daarvan waren alleenstaande vrouwen. In de grotere steden is het aandeel van alleenstaande mannen juist groter: 22 %

  7. In deze voortgangsnota wordt uitgegaan van de nu (februari 2004) geldende terminologie en structuur in het bisdom Haarlem. Het valt te voorzien dat zich daarin wijzigingen zullen gaan voordoen.





Bisdom Haarlem - Amsterdam • Postbus 1053 • 2001 BB  Haarlem • (023) 511 26 00 • info@bisdomhaarlem-amsterdam.nlDisclaimerDeze website is gerealiseerd door iMoose