Bisdom Haarlem-Amsterdam













link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook

Documenten

terug naar de documentindex

Nota: Het zout der aarde

Aanzetten voor een beleidsplan parochiecatechese Bisdom van Haarlem

Vastgesteld Haarlem, 28 juni 2001

Woord vooraf

Van tijd tot tijd komt in een gesprek ter voorbereiding op het doopsel nog de toediening van het zout naar voren. Dit gebruik uit het vroegere ritueel heeft kennelijk indruk gemaakt. Toen was het een eerste manier om smaak en houdbaarheid in het geloven te beleven. De oproep van Jezus om zout der aarde te zijn kreeg zo zintuiglijk vorm.

De voorliggende tekst Het zout der aarde wil een poging zijn om vorm te geven aan de ontwikkeling van een samenhangend diocesaan beleid voor de catechese.

Op het niveau van de parochies gebeurt er veel aan initiatieven op catechetisch vlak. Via de dekenaten krijgen al sinds jaren talrijke cursisten de kans zich in eigen geloven te verdiepen en zich te bekwamen in bepaalde taken ten dienste van de parochies. Op het niveau van het bisdom worden mensen opgeleid voor een volwaardige professionele taak in het pastoraat, waaronder ook catechese. Het is belangrijk dat al degenen die bij deze niveaus betrokken zijn, samenwerken en de kwaliteit van ieders werk bewaren en het beste uit alle initiatieven naar boven halen.

Deze tekst is het resultaat van een gezamenlijke onderneming. Dekenale catecheten en toerusters, vertegenwoordigers van het Willibrordhuis en de Dienst catechese van het bisdom hebben in voortdurend en intensief overleg aan deze tekst gewerkt. Het bleek mogelijk om vanuit verschillende achtergronden samen te werken en te komen tot een gemeenschappelijke visie. We verwachten dat die uiteindelijk smaak en houdbaarheid aan de catechese binnen ons bisdom zal geven.

Dr. A.J.M. Hendriks
Vicaris voor catechese en toerusting vrijwilligers

Inleiding

In hoofdstuk 1 wordt de kerkelijke en maatschappelijke context van de catechese in Nederland kort weergegeven. Vervolgens worden de doelstellingen van dit beleidsplan aangegeven (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 worden de niveaus beschreven die voor vorming en toerusting zijn te onderscheiden. Na deze meer beschrijvende onderdelen wordt in hoofdstuk 4 de catechese in het Bisdom van Haarlem tegen het licht gehouden. Er wordt een situatieanalyse gemaakt. Bij ieder van de eerder onderscheiden niveaus wordt kritisch gekeken naar sterke en zwakke kanten en naar kansen en gevaren. De conclusies van deze situatieanalyse zijn te vinden in hoofdstuk 5. Afgesloten wordt met een algemene aanbeveling en een serie samenhangende concrete aanbevelingen (hoofdstuk 6).


1. Contextanalyse

Om tot een verantwoord beleidsplan te komen is het noodzakelijk te vertrekken vanuit een (beknopte) visie op de situatie waarin de catechese zich op maatschappelijk (1.1) en kerkelijk (1.2) niveau in ons land bevindt. Wat betreft de culturele en maatschappelijke context kozen we als uitgangspunt een artikel van H. Lombaerts 1 ; voor de kerkelijke situatie gaan we uit van de nota Wiccen en Wegen van de Nederlandse Bisschoppenconferentie. 2

1.1 Catechese in de huidige cultuur en maatschappij

Herman Lombaerts is hoogleraar catechetiek te Leuven. Als broeder van Lasalle staat hij in een rijke internationale traditie van onderwijs. Hij geldt in Vlaanderen, waar veel contacten zijn tussen het catechetisch veld en de kerkelijke structuren, als het boegbeeld van de catechese. Genoemd artikel geeft, ondanks de weerbarstigheid ervan, veel kostbaar materiaal. Het gaat hier om degelijk materiaal, gebaseerd op internationaal langlopend onderzoek en geeft meer dan voldoende te denken. Lombaerts wijst op een groot dilemma: enerzijds nemen mensen afstand van de kerk en is er kerkverlating; anderzijds loopt de maatschappij over van behoefte aan spiritualiteit en religie.

Traditie, zegt hij, is bepalend voor de joodse en christelijke godsdienst. Heilsgeschiedenis en verbond krijgen vorm in een reeks van generaties door toekomst en belofte. De christelijke identiteit zelf staat op het spel als het doorgeven stopt. De overdracht zelf is constituerend voor wat overgedragen wordt: de inhoud. 'De initiatie in en overdracht van de christelijke traditie is een communicatieproces dat hoge eisen stelt', zo vat prof. Lombaerts zijn betoog samen (p. 230).

Deze visie wordt gedeeld door de bisschop van Rotterdam, monseigneur A. van Luyn, die op 12 oktober 2000 in Amersfoort in zijn toelichting over de plaats van Wiccen en Wegen in het kerkprovinciaal beleid, de volgende passage uitsprak:

"Uit recent onderzoek naar de motieven van kerktoetreders om lid te worden van de kerk blijkt dat ontmoeting met significante anderen, de ontmoeting met de gemeenschap, en de ontmoeting met de pastor van doorslaggevend belang zijn bij het bekeringsproces. Herkenning, aandacht, acceptatie, participatie en rituelen en gesprekken zijn bindende factoren bij uitstek. Wat voor kerktoetreders geldt, geldt ook voor de gelovigen die al lid zijn van de kerk. Hedendaagse catechese (met volwassenen) wordt steeds meer een leerweg die een voorbeeld kan nemen aan het catechumenaat. Catechese vindt steeds vaker plaats in continuïteit en discontinuïteit met de vroegere eerste geloofsweg (als kind). Er is duurzame persoonlijke vorming nodig, persoonlijke herbronning van religieuze socialisatie die men thuis, op school en in de parochie doorlopen heeft. De ontvangen sacramenten dienen voortdurend 'onderhouden' te worden; de diepe betekenis ervan moet worden geactualiseerd en 'waargemaakt' in dialoog met de menselijke waarnemings- en belevingswereld van vandaag."

Uit het betoog van professor Lombaerts en het voorafgaande citaat van monseigneur Van Luyn zijn vier hoofdconclusies te trekken:

a.De initiatie en verdere verdieping in de christelijke traditie is een communicatieproces dat hoge eisen stelt. Bij de initiatie en overdracht van de christelijke traditie speelt het autonome subject zelf een beslissende rol in de uitkomst van dit proces.

b.Co-educatie is een theologische noodzaak: je kunt/moet de identiteit van het christendom vasthouden door de nadruk te leggen op de overdracht. Hoe kunnen ouderen en jongeren van elkaar leren? Belangrijk hierbij is de hermeneutische problematiek: daarbij is geduld nodig voor hele generaties.

c.De inhoud van catechetische programma's dient afgestemd te zijn op een sociale, culturele en technologische context waarin kinderen, adolescenten en volwassenen leven. 3

d.Catechese vraagt om vrijwilligers en beroepskrachten die beschikken over communicatieve en didactische vaardigheden, die kunnen werken vanuit een empathische attitude en die in staat zijn hun enthousiasme en hartstocht over te brengen. 4

1.2 Beoogd beleid in de Nederlandse kerkprovincie

De nota Wiccen en Wegen is een aanbod aan degenen die in de kerk van Nederland op de verschillende niveaus verantwoordelijkheid dragen voor de kwaliteit van de catechese. In dit instrument vinden bestuurders, opleiders, personeelsfunctionarissen, dekenale en parochiële stuurgroepen handvatten waarmee ze functieomschrijvingen kunnen maken, huidige functies kunnen toetsen, doelen en eindtermen van vormings- en opleidingstrajecten kunnen inrichten. Het is een werkdocument, waarmee ervaring moet worden opgedaan; deze ervaringen dienen te worden verzameld en geëvalueerd, zodat er zonodig een bijgestelde versie ter beschikking komt.

De nota spreekt over de ´werkende´ in de catechese (WIC), aan wie kwaliteitseisen gesteld worden, onderverdeeld in eisen m.b.t. de persoon, de kennis en de vaardigheden. Er worden drie niveaus van werken onderscheiden:

Eerste niveau: het concrete catechetische werk in (territoriale) parochies.

Tweede niveau: organisatie van de catechetische leerprocessen binnen een kerkelijk middenniveau, waarmee bedoeld wordt een territoriale parochie, parochiële samenwerkingsverbanden of andere kerkelijke organisaties.

Derde niveau: scheppen van voorwaarden voor de organisatie en inrichting van catechetische leerprocessen binnen grote kerkelijke verbanden (dekenaat, regio, bisdom).

Voor elk van deze drie niveaus werkt de nota de kwaliteitseisen uit m.b.t de persoon, de kennis en de vaardigheden die hiervoor vereist zijn.

2. Procesdoelen voor het ontwikkelen van een beleidsplan voor het bisdom van haarlem

(a) Het versterken van de kwaliteitszorg inzake catechese
Dat wil zeggen: werken aan een systematische aanpak voor het ontwikkelen van een catechese die vruchtbaar aansluit bij en inwerkt op de huidige cultuur en maatschappij (zoals onder 1.1 beschreven).

(b) Het versterken van de samenwerking tussen gremia en personen die in het Bisdom Haarlem een bijzondere taak hebben voor de catechese.

(c) Het versterken van het human resources management (HRM) in het bisdom voor werkenden in de catechese. 5
Dat wil zeggen: het ontwikkelen van een doordacht en actief beleid voor het werven, scholen en vasthouden van werkenden in de catechese; het aantrekkelijk maken en houden van het werk in de catechese.


3. De situatie in het bisdom van haarlem inzake opleidingen voor catechetisch kader

In ons Bisdom kunnen werkers in de catechese zich op verschillende niveaus laten vormen en toerusten. 6

3.1 Uitvoeringsniveau: opleidingen (voor eerste en tweede niveau)

Dit niveau betreft opleidingen voor het concrete catechetische werk in de parochies en de organisatie hiervan op het middenniveau. Twee opleidingen worden onderscheiden: Tweejarige cursussen toerusting en vorming in de dekenaten (3.1.1) en de catechistenopleiding (3.1.2). 7

3.1.1 Tweejarige cursussen vorming en toerusting in de dekenaten

Voor de catecheet die als vrijwilliger werkzaam is in een parochie of een vorm van categoriale zielzorg, bieden alle dekenaten een tweejarige vorming- en toerustingscursus (TVT) aan. De TVT leidt op voor alle pastorale deelgebieden, niet alleen voor catechese. In deze cursussen wordt met verscheidene methodieken gewerkt aan persoonlijke geloofsontwikkeling en toerusting voor de pastorale praktijk. Er wordt gestreefd naar een balans tussen cognitiviteit, affectiviteit en vaardigheid. De cursus wordt geleid door een of twee cursusbegeleiders, die de verantwoordelijkheid dragen voor het totale programma. In een aantal gevallen werkt men met freelance docenten, die meestal werkzaam zijn binnen het betreffende dekenaat.

De inmiddels honderden oud-cursisten, van wie de meeste de cursus erg positief waardeerden, dragen momenteel voor een belangrijk deel de kerk van het Bisdom Haarlem.

3.1.2 Catechistenopleiding

De diocesane Diakenopleiding, die in het Willibrordhuis te Vogelenzang wordt gegeven, staat sinds kort ook open voor vrouwen en mannen die geen diaken kunnen of willen worden. Het betreft hier een cursus met veel schriftelijk materiaal, ongeveer op H.B.O.-niveau theologie, dat de cursisten thuis bestuderen. Eens in de maand is er op zaterdag een gezamenlijke studiedag. Het ligt in de bedoeling dat zij die dat willen, na hun afstuderen een aanstelling krijgen als catechist met zending van de bisschop.

3.1.3 Andere opleidingen

Afgestudeerden aan het H.B.O. of universitaire opleidingen theologie kunnen ook in parochies, regio's of categoriale zielzorgeenheden een aanstelling krijgen als catecheet.

3.2. Beleidsniveau: Bisdom en dekenaten (derde niveau)

Het feitelijke beleid wordt bepaald door eindverantwoordelijken voor het werk van de dekenale stafmedewerkers parochiecatechese. Dat zijn als werkgevers de dekenale besturen, die deze taak meestal hebben neergelegd bij dekenale stuurgroepen/begeleidingsgroepen. Er is een interdekenaal overlegorgaan (IWP/DOT), dat sinds kort op gezette tijden overlegt met de vicaris, de diocesane stafmedewerker voor catechese en een vertegenwoordiger van het Willibrordhuis. Deze nota is daar een resultaat van. De dekenaten streven naar een verdergaande samenwerking met elkaar en naar een gezamenlijk beleid in het Bisdom.


4. Analyse

Hieronder proberen wij de feitelijke situatie van de catechese in ons Bisdom te analyseren door te kijken naar de sterke en zwakke kanten en de kansen en gevaren.

4.1. Analyse beleidsniveau (niveau 3)

Sterke kanten: Bijna elk dekenaat heeft een eigen stafmedewerker voor catechese en toerusting. In de dekenaten is er goed overleg en afstemming met de andere dekenale werkers. Ook is er samenwerking met het Bisdom in gang gezet. De dekenale catecheten staan dicht bij de basis van de kerk. De verhouding tussen theorie en praktijk is goed verdeeld. Nieuwe behoeften en kansen voor de geloofscommunicatie worden met de traditie verbonden en nieuwe inzichten uit de catechetiek worden naar de praktijk vertaald. Daarnaast is er bijscholing en collegiale zorg.

Zwakke kanten: Het Bisdom en IWP/DOT werken wel aan een gemeenschappelijke visie, maar deze bevindt zich nog in het begin van zijn ontwikkeling. Het belang dat het bisdom hecht aan catechese vertaalt zich momenteel slechts in een medewerker voor 0.6 (was 1.8) fte. De communicatie tussen de beleidsmakers in het Bisdom is zwak. Dit resulteerde in een gebrek aan ondersteuning voor IWP/DOT, waar de dekenaten toen zelf in hebben voorzien. Verder constateren wij overal een hoge werkdruk en blijkt de sfeer in ons bisdom vaak zodanig gepolariseerd te zijn, dat het werk daaronder lijdt.

Kansen: De situatie zoals die nu is biedt alle mogelijkheden om visie, beleid en organisatie helder te krijgen. De bisschopsraad kan hierin een positieve rol spelen.

Gevaren: De verleiding bestaat om de context die de huidige cultuur en maatschappij voor de catechese vormen, negatief te waarderen en de vragen van deze tijd onvoldoende in het beleid op te nemen; vanuit zo'n negatieve waardering zou de bisdomleiding kunnen kiezen voor een van bovenaf opgelegd type geloofsoverdracht. De makers van deze nota willen positief en constructief in samenwerking met alle betrokkenen werken aan alle voorwaarden die nodig zijn om de catechese in ons bisdom te optimaliseren.

4.2 Analyse uitvoeringsniveau (niveau 2 en 1)

Op het uitvoeringsniveau onderscheiden we de Tweejarige Vormings- en Toerustingscursussen (TVT) en de Catechisten-opleiding. Eerst geven we een aantal kenmerken die voor beide opleidingstypen gelden. Daarna geven we een analyse van beide opleidingen apart.

4.2.1 Gemeenschappelijke factoren

Voor zowel de Tweejarige toerustingscursussen als voor de Catechistenopleiding gelden de volgende factoren.

Sterke kanten: De deelnemers zijn sterk gemotiveerd. Zij investeren twee dagdelen per week aan hun opleiding, meestal naast baan en gezin.

Zwakke kanten: De beschikbare tijd is vaak (te) beperkt.

Kansen: Door met elkaar over hun geloof te spreken, wordt het taboe op deze communicatie doorbroken, dat in de maatschappij en vreemd genoeg ook nog al eens binnen de parochies heerst. Mensen kunnen groeien in hun geloof en in de communicatie daarover.

Gevaren: Tijdgebrek - in samenhang met het tekort aan vrijwilligers - blijkt het grootste gevaar te zijn. Gevolgen: te weinig vrijwilligers kunnen zich laten scholen en/of toerusten. Het werk in de kerk kan door een te grote druk zijn aantrekkelijkheid verliezen. Het bestand van vrijwilligers is aanzienlijk vergrijsd, wat de aantrekkingskracht voor jongeren er niet groter op maakt.

4.2.2 Tweejarige Vorming en Toerusting (TVT)

Sinds het midden van de jaren tachtig organiseren de dekenaten tweejarige cursussen waarin vrijwilligers worden gevormd en toegerust voor hun werk in de parochie. Tot midden jaren negentig verzorgde het DPC een derde jaar voor de deelnemers aan de Tweejarige Vorming en Toerusting (TVT-ers) die zich specifiek wilden toeleggen op catechese in de parochie. Dit derde jaar wordt niet betrokken in deze analyse.

Sterke kanten: TVT-ers hebben een goede band met de parochies. De cursisten zijn vaak afkomstig uit de doelgroep, wat goed werkt: zij zijn dichtbij, authentiek, herkenbaar en betrokken. De cursisten hebben vaak al talenten en/of ervaringen die goed van pas komen. De diversiteit van de TVT-ers is een sterke kant, want hierdoor kan men inspelen op de specifieke behoeften in de regio (de situatie in Amsterdam is anders dan die in Noord-Holland Noord en deze is weer anders dan die in het Gooi). Bovendien kan hierdoor optimaal gebruik gemaakt worden van de sterke kanten van de verschillende beschikbare docenten.

Zwakke kanten: Er is geen diepgaande theologische en onderwijskundige uitwisseling, waardoor kansen onbenut blijven om van elkaars programma's te leren. Er is op dit moment geen voortgezette opleiding.

Kansen: In de situatie van de TVT leert men van mensen in gelijke positie, afkomstig uit de doelgroep en dit kan goede resultaten hebben. Ook is dit bevorderlijk voor herkenning en erkenning door de mensen met wie zij gaan werken.

In deze cursussen worden door de leiding bij de deelnemers ook nieuwe behoeften en mogelijkheden voor geloofscommunicatie ontdekt. In het overleg van IWP/DOT worden de diverse onderdelen van de TVT besproken. Ook is er uitwisseling mogelijk, waar nodig.

Gevaren: De positie van TVT-ers is na afstuderen nog niet overal helder: er is geen zending en er is niet altijd de erkenning door pastor, parochiebestuur en medevrijwilligers, die de vrijwilliger verdient.

4.2.3 Catechistenopleiding

Vooraf dient opgemerkt te worden, dat de catechistenopleiding in Vogelenzang zich nog in een experimenteel stadium bevindt. Feitelijk zijn er momenteel twee studenten, die voor deze richting gekozen hebben en voor wie een individuele leerroute wordt samengesteld. Onderstaande opmerkingen moeten in het kader hiervan worden begrepen.

Sterke kanten: Vogelenzang heeft een relatief hoog theologisch niveau (H.B.O.). De opleiding geschiedt op basis van schriftelijk materiaal, dat een keer per maand op een contactdag gezamenlijk onder leiding van vakdocenten wordt verwerkt. Door het schriftelijk materiaal is de cursus flexibel; studenten kunnen in eigen tempo studeren.

Zwakke kanten: De wisselwerking bij de deelnemers tussen theorie en praktijk wordt uitgesteld tot het eind van de opleiding. Tegenover de kracht van de theorie en de flexibiliteit staan het probleem van aanleren van praktische vaardigheden, de begeleiding in de praktijk en het relatief geringe aandeel groepswerk.

Kansen: Door de opzet van de opleiding is deze flexibel en goed toegankelijk voor druk bezette mensen. Tenslotte: de afgestudeerden krijgen een zending van de bisschop.

Gevaren: Er zijn vragen over de plaatsing en acceptatie : hun positie t.o.v. de priesters, diakens, pastoraal werkers en vrijwilligers is nog niet duidelijk. Ook zijn er vragen over de mogelijkheden, gezien de structuur van de opleiding, tot het aanleren van vaardigheden.


5. Samenvattende conclusies

(a) Catechese is een vitaal en beslissend onderdeel voor de toekomst van de kerk van het Bisdom van Haarlem. Uit uiteenlopende bronnen (Wiccen en Wegen, prof. Lombaerts, Mgr. Van Luyn) blijkt dat catechese nieuwe, meer substantiële aandacht, meer systematische aanpak en meer (financiële) ondersteuning verdient.

(b) Er is veel potentieel, maar wat ontbreekt zijn dwarsverbanden, goede communicatie tussen gremia en een oriënterende beleidsvisie.

(c) Praktijknabijheid is een conditio sine qua non voor een eigentijdse en effectieve catechese. De grote kracht van het Bisdom Haarlem is juist dat de catechetische specialisten door hun inbedding in de dekenaten praktijknabij kunnen werken. Het ligt voor de hand deze structuur te benutten bij het versterken van de catechese. Wel verdient het aanbeveling te onderzoeken op welke wijze de verschillende opleidingen elkaar kunnen ondersteunen en of en hoe de curricula beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Studiedagen kunnen helpen kennis uit te wisseling en een 'wij-gevoel' te ontwikkelen. Te ontwikkelen gezamenlijke eindtermen voor de TVT's kunnen helpen om de cursussen beter op elkaar af te stemmen.

(d) Belangrijk is te investeren in een systematische aanpak en stapsgewijze beleidsontwikkeling. Nog belangrijker is consequent te investeren in mensen: in catechetische werkers. Zij zijn de dragers van catechese. Dit veronderstelt een actief en eigentijds personeelsbeleid 8 dat laat zien dat hun werk wordt gewaardeerd. HRM zorgt ervoor dat catechetische werkers kunnen doorgroeien in hun werk. HRM daagt uit om te blijven en te gaan werken in het Bisdom van Haarlem.


6. Aanbevelingen

Het voorafgaande leidt tot de volgende algemene aanbeveling:

Werk planmatig en stapsgewijs aan de versterking van praktijknabije catechetische onderdelen en parallel daaraan aan een visieontwikkeling en samenhangend beleid.

Toelichting
Wij willen uitdrukkelijk kiezen voor een konvooiaanpak: een aantal relatief zelfstandige projecten die de catechese kunnen versterken. Belangrijk is dat er tussen die projecten dwarsverbanden komen, zodat ze elkaar kunnen versterken. Voorwaarde hiervoor is dat er gewerkt wordt met projectverantwoordelijken (projectleiders) en met getermineerde projectplannen waardoor systematische evaluatie mogelijk is. Hieronder doen wij een voorstel voor een aantal projecten.

Parallel aan dit konvooi van projecten zou door studie en overleg een samenhangende visie ontwikkeld moeten worden voor de catechese in het Bisdom Haarlem. Het grote voordeel van een parallelle aanpak is dat visieontwikkeling dicht bij de praktijk blijft en dat de zich ontwikkelende visie oriëntatie en regie kan geven aan de projecten en de dwarsverbanden tussen de projecten.

Voorstel
Wij stellen voor projecten en visieontwikkeling te bundelen in een beleidsplan voor drie jaar.

Concrete aanbevelingen

(A) Faciliteren van bestaande projectinitiatieven op het terrein van nieuwe catechetische programma's

(1) Geloofscommunicatie met de generatie van na 1960: kinderen, jongeren en de ouders van de kinderen (KJO); verdere uitwerking van de modules die worden ontwikkeld in het dekenaat Haarlem-Beverwijk.

(2) Initiatiecatechese: uitwerken en verbreden van initiatief dekenaat Amsterdam; projectplan gereed.

(3) Voortgezette Opleiding Catechese (=VOC) na de TVT; projectplan gereed.

(4) Project catechese buitenkerkelijken; projectplan nog op te zetten; voorstel: samenwerking Willibrordhuis en IWP/DOT

Uitwerking: nader te bepalen

(B) Versterking overleg catechetische gremia op beleidsniveau 9

(1) periodiek overleg vicaris van catechese met IWP/DOT

(2) periodiek overleg IWP/DOT en Willibrordhuis

(C) Communicatie

Inrichten van een website voor catechese voor het Bisdom van Haarlem. Onderlinge kennisuitwisseling, presenteren van activiteiten, attenderen op wetenswaardigheden (publicaties, evenementen, materialen, ontwikkelingen elders, etc.)

Uitwerking: met de ICT-verantwoordelijke van het bisdom zal Theologisch Studiecentrum d'Bruynvis een projectplan opstellen (gereed: oktober 2001)

(D) Een plan van aanpak voor een eigentijds en effectief personeelsbeleid

- coaching en supervisie van catechetische medewerkers
- actief wervingsbeleid voor medewerkers
- loopbaanbegeleiding
- aantrekkelijker maken van taken voor medewerkers
- aantrekkelijker maken van werkomgeving medewerkers
- kerkelijke zending voor VOC-ers.

Uitwerking: nog nader te bepalen.

(E) Commissie beleidsontwikkeling catechese

Een slagvaardige commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de dienst catechese van het bisdom en leden van IWP/DOT., aangevuld met een ondersteunend catecheticus. Continuïteit, vertrouwen van het praktijkveld en gespreide deskundigheid zijn voorwaarden voor een goed functionerende commissie.

Algemene opdracht:

- ontwikkelen van een samenhangende visie via een stapsgewijze en praktijknabije aanpak, voortbouwend op de voornoemde projecten en in goede communicatie met de werkers in de catechese.
- het organiseren van bisdommelijke studiedagen
- het stimuleren (het laten verrichten) van onderzoek op deelterreinen.

Specifieke aandachtspunten:

- formuleren van gemeenschappelijke eindtermen TVT
- beschrijven van curricula en materialen
- opstellen advies over de wijze waarop afgestudeerden van de TVT kunnen worden ingezet.

Concreet: er wordt een formele taakstelling voor de commissie vastgesteld. Streefdatum eerste bijeenkomst van deze commissie: oktober 2001.


Noten

1) Herman Lombaerts, Van generatie tot generatie, in: Geloven als toekomst. Godsdienstpedagogische visies en bijdragen, aangeboden aan prof. Jozef Bulckens bij zijn emeritaat. Leuven 1995, p. 213-230.

2) Wiccen en Wegen, Instrument voor kwaliteitsbeheer in de catechese, Utrecht, 2000.

3) Vgl. in dit verband ook: Algemeen directorium voor de catechese, Utrecht 1998, hoofdstuk 5: De catechese in de sociaal-culturele context.

4) idem, pag. 85-91.

5) Er is een groeiend besef dat het optimaal functioneren van mensen bepalend is voor het succes van een organisatie. De mens is het belangrijkste 'kapitaal' waarmee heel behoedzaam moet worden omgesprongen. Een afspiegeling van dit besef komt eind jaren tachtig tot uitdrukking in de opvatting dat personeelszorg (een typische term uit de jaren zestig en zeventig) beter kan worden omschreven als human resources management (HRM) of mooier nog als human talent management. De medewerker is niet een kostenpost, maar een onuitputtelijke bron van mogelijkheden, capaciteiten en talenten. Ook in catechetisch werkveld en de kerkelijke organisatie in het algemeen, zou optimaler gebruik gemaakt moeten worden van de menselijke mogelijkheden. Dit vereist investeren in mensen. Niet alleen in opleidingen, maar ook wat betreft werkomgeving, functie, aandacht van collega's en aanstuurder(s) (leidinggevenden), organisatie van taken en zorg voor en begeleiding van de loopbaan van zich ontwikkelende (catechetische) medewerkers.

6) De indeling die Wiccen en Wegen maakt in drie niveaus, sluit niet precies aan bij de feitelijke situatie in ons Bisdom. Er zijn mensen die uitvoerend werk in de catechese verrichten en daarbij op beleidsniveau werkzaam zijn. Ook wordt er in genoemde nota geen onderscheid gemaakt tussen beroepskrachten en vrijwilligers. De nota laat dit over aan het eigen diocesaan beleid. (Zie vragen in genoemde nota onder aan hoofdstuk 3).

7) Wij focussen op deze twee vaste cursussen. Omwille van het overzicht laten we de korte cursussen die in sommige dekenaten worden gegeven, soms op maat, buiten beschouwing. Hetzelfde geldt voor de coaching en begeleiding die sommige dekenaten geven aan werk- en beleidsgroepen. Al dit werk-op-maat valt buiten deze analyse.

8) Vgl. Wiccen en Wegen; zie ook noot 5.

9) Vgl. voor het belang van samenwerking: het Voorwoord bij het Algemeen directorium voor de catechese, door Mgr. dr. J.B.W.M. Möller, Utrecht 1998.






Bisdom Haarlem - Amsterdam • Postbus 1053 • 2001 BB  Haarlem • (023) 511 26 00 • info@bisdomhaarlem-amsterdam.nlDisclaimerDeze website is gerealiseerd door iMoose